VREST feliciteert Esmee Engelmann met haar promotie
- VREST
- 30 mrt
- 2 minuten om te lezen
Esmee Engelmann promoveerde na de succesvolle verdediging van haar proefschrift “Complex foot injury along the supination line: classification, surgical management and functional outcome” aan de Universiteit van Amsterdam.

Proefschrift
Dit proefschrift onderzocht de classificatie, chirurgische behandeling, complicaties en functionele uitkomsten van complexe voetletsels langs de supinatielijn. Deze denkbeeldige lijn, beschreven door Hellpap (1963) en gebaseerd op eerdere observaties van Pouteau (1783) en Malgaigne (1847), beschrijft het traject langs enkel en voet waar een supinatie-trauma typische letselpatronen veroorzaakt. De supinatielijn omvat meer dan twintig typen fracturen en bandletsels, ontstaan door tractie aan de laterale zijde en compressie aan de mediale zijde. Ondanks de relevantie van dit concept voor het begrijpen van de biomechanische veranderingen van de voet bij supinatietrauma, is de supinatielijn in de klinische praktijk weinig bekend, wat bijdraagt aan het hoge percentage gemiste letsels.
In het proefschrift werden talusfracturen, Chopart- en Lisfrancletsels onderzocht. Bij de beoordeling van chirurgische en functionele uitkomsten werd bijzondere aandacht besteed aan patiëntgerapporteerde uitkomstmaten. Fracturen van het posterieure deel van de talus werden vaak verkeerd gediagnosticeerd en bleken het beste operatief behandeld te worden, zelfs bij minimale verplaatsing. Dit leidde tot betere resultaten en minder complicaties dan bij niet-operatieve behandeling. Fracturen van de talusneus en het os naviculare kwamen vaak samen voor met andere voetletsels. ORIF (open reduction and internal fixation) resulteerde over het algemeen in een goede functie op de lange termijn, vooral wanneer de anatomische congruentie werd hersteld.
Bij Chopartletsels waarbij zowel de talusneus als het os naviculare betrokken waren, bleek chirurgische repositie van de talusneus niet per se te leiden tot een betere functionele uitkomst. Hoewel cuboidfracturen relatief weinig aandacht krijgen, toonde ORIF met plaatfixatie gunstige resultaten en een hoge patiënttevredenheid. Voor Lisfrancletsels bleek de CISS-classificatie betrouwbaarder dan het traditionele Myersonsysteem. Fixatie met een dorsale overbruggende plaat leidde tot betere functionaliteit en minder artrose dan transarticulaire schroeven. Primaire artrodese liet iets betere functionele uitkomsten zien op de lange termijn dan secundaire artrodese na eerder gefaalde ORIF. Tot slot blijven gecombineerde Chopart- en Lisfrancletsels bijzonder uitdagend, met hoge complicatiepercentages en vaak matige tot slechte functionele resultaten.
Toekomstplannen
Eind 2026 zal Esmee haar opleiding tot traumachirurg en kinderchirurg afronden. Vervolgens hoopt zij een uitdagend fellowship te volgen, waarin ze haar kennis en vaardigheden verder kan ontwikkelen.
VREST wenst Esmee veel succes in haar verdere loopbaan.
Sponsoring door VREST
VREST heeft dit promotietraject ondersteund door middel van een financiële bijdrage aan de drukkosten van het proefschrift.





